speellijsten·gezelschappen·geschiedenis

Operette in Nederland

Weetjes

Kleine verhalen uit ruim een eeuw operette in Nederland, opgediept uit kranten, programmaboekjes en verenigingsgeschiedenissen.

Oorlog en bezetting

De laatste avond van de Fritz Hirsch Operette

Het eerste professionele operettegezelschap van Nederland, de Fritz Hirsch Operette uit de Haagse Princesse Schouwburg, gaf zijn laatste voorstelling op 9 mei 1940 — één dag voor de Duitse inval. Oprichter Fritz Hirsch werd in 1941 opgepakt en stierf in juni 1942 in concentratiekamp Mauthausen. In Den Haag herinnert de Fritz Hirschlaan aan hem. → Fritz Hirsch Operette

Bron: Joods Monument en Theaterencyclopedie; de speellijst staat op de pagina van het gezelschap (het pijltje hierboven).

Operette onder de avondklok

Operettevereniging Thalia speelde Paganini op zondagmiddag 17 oktober 1943 om half twee. Op het bewaard gebleven programma stond een waarschuwing: als er een vroegere avondklok kwam, kon de voorstelling een uur worden vervroegd. → Paganini

Bron: Thalia's eigen geschiedenispagina, die het bewaarde programma beschrijft.

Uit eigen pen

Een wereldpremière in Purmerend

Operettevereniging Purmerend en Omstreken — het huidige Musical & Operette Purmerend — bracht in 1990 de wereldpremière van een gloednieuwe, eigen operette: Het Medaillon, met muziek van Wil Luiken. Het stuk beviel zo goed dat de vereniging het in 2000 én 2015 opnieuw op de planken zette. → Het Medaillon

Bron: de eigen uitvoeringenlijst van de vereniging; de lokale pers noemt de wereldpremière van 1990.

De dirigent schreef zijn eigen jubileumoperette

Toen dirigent Bram Blanken in 1962 vijfentwintig jaar voor het Amsterdamse Thalia stond, componeerde hij zijn eigen cadeau: de operette 't Gebeurde in Wenen, door de vereniging zelf in première gebracht. → 't Gebeurde in Wenen

Bron: Thalia's eigen gespeelde-werkenlijst en geschiedenispagina.

Groningen bestelt zijn eigen musicals

De Groninger vereniging GOOV liet in 2011 een compleet nieuwe voorstelling schrijven: Bommen Berend de Musical, over de beroemdste belegeraar uit de Groningse geschiedenis. Het beviel zo goed dat er daarna nog drie eigen stukken op bestelling volgden. → GOOV Muziektheater

Bron: de eigen historiepagina's van GOOV.

Eigen taal, eigen streek

Het volkslied dat uit een operette komt

Het officieuze volkslied van Maastricht komt van het operettetoneel: het Mestreechs Volksleed is het slotkoor van de dialectoperette Trijn de Begijn van Olterdissen. De Mestreechter Operette Vereniging, die altijd in het Maastrichts speelt, zette het stuk in 1966, 1988 en 2012 op de planken. → Trijn de Begijn → Trijn de Begijn → Mestreechter Operette Vereniging

Bron: de eigen site van de Mestreechter Operette Vereniging; de opvoering van 1966 is bevestigd in het Limburgsch dagblad.

Eliza Doolittle sprak plat Gronings

De eerste musical van de Groninger vereniging GOOV (1975) was My Fair Lady, in het Gronings. Het was meteen de eerste keer dat de vereniging audities hield, waardoor gewone koorleden opeens kans maakten op een grote rol. → GOOV Muziektheater

Bron: de eigen historiepagina's van GOOV.

Operette in het Gronings

Er bestaat een operette in de Groningse streektaal met een echte speelgeschiedenis: De Lindenbörg van A. G. Bleeker, geschreven voor het 25-jarig bestaan van ADO Paterswolde in 1951 en later nog twee keer gespeeld door Pro Burletta (1980 en 1994). → Operettevereniging A.D.O. → Pro Burletta

Bron: de productiepagina's van 1951, 1980 en 1994 en hun bronnen.

La Vie parisienne, maar dan in Veendam

Er bestaat een kleine Nederlandse traditie van verplaatste operettes: het stuk blijft, de handeling verhuist naar eigen streek. Venlo speelde Die Landstreicher in het Limburgs als "Baer en Bertha" (2011), en 2023 bracht zowel "Het Veendammer Leven" (Offenbachs La Vie parisienne in Veendam) als "De Spanjolen" (The Pirates of Penzance als volksopera in Monnickendam). → Het Veendammer Leven → De Spanjolen → Baer en Bertha

Bron: regionale pers en de eigen sites van de gezelschappen; de verantwoording per voorstelling staat op de pagina's achter de pijltjes hierboven.

Bijzondere podia

Operette in de aardappelloods

Toen schouwburg 't Voorhuys in Emmeloord werd verbouwd, week operettevereniging La Mascotte in 1994 uit naar een aardappelloods: Orpheus in de Onderwereld klonk dat jaar in de ZPC-hal. → Orpheus in de Onderwereld

Bron: de eigen geschiedenis- en uitvoeringenpagina's van La Mascotte.

Het operettetheater dat eigenlijk een sporthal was

EDOG (Diemen) speelde ruim dertig jaar in het "Diemer Operette Theater": in werkelijkheid de Diemense sporthal, die voor elke productie werd omgebouwd. Ook het 40-jarig jubileum in 2019 werd, waar anders, in Sporthal Diemen gevierd. → Eerste Diemer Operette Gezelschap

Bron: de productiegeschiedenis van EDOG en het jubileumbericht van 2019 in Musicalnieuws.

Tegenslag en malheur

De soubrette in de verkeerde trein

Op tournee in april 1927 speelde de Fritz Hirsch Operette bijna elke avond in een andere stad. Bij de voorstelling in Groningen ging het bijna mis: de soubrette was in Den Haag in de verkeerde trein gestapt, en de avond werd maar ternauwernood gered. → Der Vetter aus Batavia

Bron: Nieuwsblad van het Noorden, 11 april 1927.

De brand die de kostuums nam

Een brand in Theater De Beun (8 januari 2011) verwoestte een groot deel van de kostuums en rekwisieten van de Heilooër Operette Vereniging, nota bene in haar jubileumjaar. De vereniging speelde de jubileumproductie tóch, op een ander podium, en ging daarna nog acht jaar door. Ook Amicitia (Winschoten) verloor in november 1967 haar materialen bij een brand en herstelde zich. → Heilooer Operette Vereniging → Operettevereniging Amicitia

Bron: De Uitkijkpost (2011); de brand van 1967 staat met krantenbron op de pagina's van beide verenigingen (de pijltjes hierboven).

Geannuleerd, op de premièredag zelf

Operettevereniging Veendam Wildervank — het huidige OVW Muziektheater — zou op een avond in maart 2020 HMS Pinafore in première brengen. Diezelfde dag ging Nederland op slot: de voorstelling werd op de premièredag zelf afgelast. → HMS Pinafore

Bron: de eigen mededeling van de vereniging en de regionale omroep.

Hoe ze begonnen

Eensgezindheid, oneens

De Noord-Veluwse Operette Vereniging in Epe ontstond rond 1956 uit ruzie: leden stapten boos uit het gemengde koor "Eensgezindheid": een koor dat, schreef een briefschrijver later droogjes, zijn naam geen eer aandeed. De nieuwe vereniging had een eigen orkestje en begeleidde zichzelf. → Noord Veluwse Operette Vereniging

Bron: heemkundetijdschrift Ampt Epe; het oprichtingsjaar is afgeleid van het 50-jarig jubileum in 2006.

Eerst Eurydice, toen Orpheus

Dirigent Peter Schnitzeler richtte in 1970 in Roermond operettevereniging Eurydice op; die mislukte. Vier jaar later maakte hij een doorstart onder de naam Orpheus, en die slaagde wél — en zo ging Orpheus alsnog zijn Eurydice achterna. → Opera- en Operettegezelschap Orpheus

Bron: het gedenkboek van het Koninklijk Roermonds Mannenkoor en het Limburgsch dagblad.

Begonnen op het eeuwfeest van de papierfabriek

De Mestreechter Operette Vereniging ontstond in 1949 spontaan, als gelegenheidsmannenkoor voor het eeuwfeest van de Koninklijke Nederlandse Papierfabriek. De vereniging speelt sinds 2002 om de twee jaar, in de even jaren (de coronajaren uitgezonderd), en altijd in het Maastrichts. → Mestreechter Operette Vereniging

Bron: de eigen geschiedenispagina van de Mestreechter Operette Vereniging.

Van geheelonthouders naar Verdi

De Friese Operavereniging in Leeuwarden ontstond in 1924 uit een splitsing van het Onthouderskoor: een geheelonthouderskoor waar een deel van de leden kennelijk meer trek had in opera dan in matiging. → Friese Operavereniging

Bron: de Leeuwarder Courant en het archief bij het Historisch Centrum Leeuwarden.

Het eerste studentenoperettekoor

Twee Nijmeegse studenten richtten in 2013 het eerste studentenoperettekoor van Nederland op: NSK Carmina Ludicra. Het koor kreeg zelfs een dochter: wie in Nijmegen gegrepen werd, begon in Amsterdam het ASPK, dat sindsdien vrijwel elk jaar een eigen productie brengt. → NSK Carmina Ludicra → Het ASPK

Bron: de eigen site van Carmina Ludicra; meer over beide koren staat op de verenigingspagina's achter de pijltjes hierboven.

Afscheid en doorstart

Negen oud-solisten in vol ornaat

Toen Pro Burletta (Hoogezand-Sappemeer) in mei 2023 na 63 jaar afscheid nam met een laatste zangavond, liepen negen oud-solisten onaangekondigd binnen, in de kostuums van de rollen die ze ooit zongen. Beide oprichters waren erbij: Henk Raspe (93) en Nel Bolhuis (96). De leden spraken af elkaar elk jaar op 29 oktober, de oprichtingsdatum, te blijven ontmoeten. → Pro Burletta

Bron: het regiokrantverslag van 30 mei 2023 over de afscheidsavond.

De vereniging die haar kostuums weggaf — en tóch terugkwam

In april 2026 nam Cantiamo (Zoetermeer) na dertig jaar afscheid van het toneel; de zeshonderd kostuums en decors gingen weg. Nog geen vier maanden later stond er op de eigen site alweer een aankondiging: "Doorstart Cantiamo!", met The Mikado in november 2027. → Cantiamo → The Mikado

Bron: de eigen site van Cantiamo en Omroep West.

De mensen

De wereldster met een verenigingsoorkonde aan de muur

Toen Het Parool in 1968 bij Cristina Deutekom thuis kwam, vlak voor haar wereldroem als Koningin van de Nacht, hing er in de huiskamer een oorkonde van operettevereniging Thalia, met zeven operettetitels erop. De coloratuursopraan leerde het vak mede op de planken van een Amsterdamse amateurvereniging. → Thalia Opera & Operette

Bron: Het Parool, 1968.

De 45 mutsen

Een lid van operettevereniging ADO (Paterswolde) bood in 1962 aan vijftien mutsen te breien voor het koor; voor de zekerheid maakte ze er zeventien. Bij het afleveren bleek de bestelling om 45 mutsen te gaan. Ze schrok niet terug en breide de overige 28 er snel bij, net op tijd voor de première van De klokken van Corneville. → Operettevereniging A.D.O.

Bron: de rubriek 'Om weinig woorden' in dagblad Ons Noorden.

Zestig jaar lid, en nog steeds solo

Trouw is in de operettewereld geen loos woord. Nel Bolhuis-de Boer, mede- oprichtster van Pro Burletta, zong in 1972 een hoofdrol in Maske in Blau, en stond in 2019, als zestigjarig lid, nog altijd solo op het jubileum. Bij ADO Paterswolde vierde Aaltje van Bergen (70) in 1976 het gouden jubileum als lid van het eerste uur; ze vertelde de krant hoe ze als meisje de "boze stiefmoeder" speelde in de kinderoperette en daarna vijftig jaar haar altpartij zong. → Pro Burletta → Operettevereniging A.D.O.

Bron: het kranteninterview van 1976 waaraan Aaltje van Bergen zelf meewerkte, en de productiepagina van Maske in Blau (1972).

Vijftien jaar Hoofdstad Operette, daarna de amateurs

Coloratuursopraan Maja van 't Oever was vijftien jaar vast verbonden aan de professionele Hoofdstad Operette en zong daarna alle grote operetterollen bij amateurverenigingen in Noordwijk en Amsterdam. Zo eindigde een beroepscarrière in de operette niet: ze verhuisde. → Operette Mozaiek

Bron: haar solistenbiografie op muziektheater-nederland.nl.

Half Nederland zingt van één adres

Dat verenigingen door het hele land uit dezelfde Nederlandse vertalingen zingen, heeft een adres: Muziekuitgeverij Partitura aan de Amsterdamse Herengracht, die de operetteteksten van Joop Fransen en Gerard Knoppers aan de hele scene verhuurt.

Bron: de vertalers- en uitgeverijvermeldingen op de productiepagina's in dit archief.

Primeurs

De amateurs waren de beroeps vóór

Nederlandse premières kwamen niet altijd van de grote huizen. De Heilooër Operette Vereniging bracht in 1987 volgens de plaatselijke krant de Nederlandse première van Audrans La Poupée, en Bel Canto (Oostzaan) wordt de Nederlandse première van Offenbachs Monsieur Choufleuri (1975) toegeschreven. → La Poupée → De Opera-Soiree

Bron: De Duinstreek (1987) en ZaanWiki; beide premièreclaims berusten op één bron.

Twee premières per jaar, een eeuw lang

Het Amsterdamse Thalia (1915–2022) bracht volgens de gemeente "twee keer per jaar een nieuwe produktie", over een eeuw opgeteld in de orde van tweehonderd producties. In 1989 gaf de vereniging zelfs de wereldpremière van een eigen fabelopera: Reynaert, naar Van den vos Reynaerde. → Thalia Opera & Operette → Reynaert

Bron: de Gouden Speld-eervermelding van de gemeente Amsterdam (1991); de Reynaert-première stond in De Telegraaf van 5 oktober 1989.

Van karton naar de Volksoper

Steef de Jong begon in 2006 met solo-operettes met decors van karton. Twintig jaar later staat hij aan de Volksoper Wien — zijn kartonnen concert haalde het huis al in 2022, en Der Zarewitsch kreeg er bij de première in april 2026 een staande ovatie — en trekt zijn TulipTown met tientallen data door de Nederlandse schouwburgen. → Groots en Meeslepend → Der Zarewitsch → TulipTown

Bron: de perspagina's van de Volksoper Wien en de eigen site van Groots en Meeslepend.

Toen en nu

Driehonderd voorstellingen per jaar

Begin jaren tachtig telde Nederland ruim honderd amateur-operetteverenigingen, samen goed voor zo'n drie- tot vierhonderd operettevoorstellingen per jaar, allemaal onder één koepel: de BOOG (1949). Partituren huurden ze bij ALMO in Antwerpen.

Bron: Nieuwsblad van het Noorden, 18 juni 1982.

De gebeurtenis van het jaar

"Eens was een uitvoering van de plaatselijke operettevereniging de gebeurtenis van het jaar," schreef een journalist begin jaren tachtig: de zaaltjes achter de cafés zaten tot de nok vol, en grimeurs, kostuumnaaisters en kapsters veranderden "de huisvrouw, de bakker, de monteur in een barones, graaf of koning", gezongen in het Duits, Engels of Frans, "met de tongval van het plaatselijk dialect".

Bron: Nieuwsblad van het Noorden, 18 juni 1982.

Negen maanden voor één avond

Waarom trad een operettevereniging maar één keer per jaar op? Een veldonderzoek uit 1956 legt het droog uit: zo'n uitvoering kostte gemiddeld negen maanden voorbereiding. Hetzelfde rapport noteert hoe "de Zaandamse operette" de mannenstemmen bij de buurkoren wegzoog.

Bron: een sociologisch veldonderzoek naar het culturele leven in Noord-Holland uit 1956.

Zestig jaar Thalia in Haren, in drie bedrijven

Operetteverenigingen sterven zelden ineens; ze verschuiven. Thalia (Haren) deed vijfendertig jaar klassieke operette, koos rond 2000 bewust voor de komische opera (Mikado, Gondeliers, Pirates of Penzance) en waagde zich pas in 2014 aan een musical. Om het jaar één productie, elke tien jaar opnieuw kiezend wat het publiek nog trekt. → Harener Operettevereniging Thalia

Bron: het jubileumartikel en de productielijsten op Thalia's eigen site.

Weet u zelf nog een mooi verhaal uit de Nederlandse operettewereld? Schrijf het ons, we horen het graag. Wordt u of een familielid hier genoemd en ziet u dat liever anders? Ook dat kunt u ons laten weten, dan passen we het aan.